writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

De Penseeltrekken van Ensor Buscapé (35 - Naar de Penitentiaire Instelling)

door koyaanisqatsi

De volgende ochtend bloedde mijn hart nog steeds als een rund, was ik nog altijd danig van de kook door jufrouw Andrade's hondendressuur, en wees niets erop dat mijn gave zich anders zou gaan gedragen dan als een papieren vlieger in een wispelturige wind.
Omdat het geen school was en ik geen zin had om me helemaal onnozel te piekeren besloot ik een poging te ondernemen op Zepinho te bezoeken.
'Dan zal ik met je moeten meegaan,' zei moeder toen ik haar van mijn plannen op de hoogte bracht, 'want een minderjarige mag de gevangenis enkel binnen onder begeleiding van een volwassene.'
Dat moeder van de regels van het gevangeniswezen op de hoogte was, verbaasde me al net zo zeer als haar bereidheid om een moedermoordenaar te bezoeken. Maar tevreden dat ik mijn zinnen kon verzetten, stelde ik me verder geen vragen en maakte ik me rond het middaguur klaar om Zepinho te bezoeken.
Zoals voor de meeste mensen was de gevangenis voor mij een onbekende, angstaanjagende wereld. Onbekend, omdat hij onbereikbaar was, angstaanjagend omdat die onbereikbaarheid zo fragiel was als je lot. Het idee dat je vrijheid door een fatale samenloop van omstandigheden in een handomdraai de nek kon worden omgewrongen, was een neurose waar zowat de complete goegemeente aan leed maar die omwille van de angst ervoor zo goed als onuitgesproken bleef. Bij mij was het niet anders, zeker sinds Zepinho achter de tralies zat.
In al mijn naïviteit besloot ik mij netjes te kleden om de indruk te wekken dat Zepinho in de buitenwereld over een deftige kennissenkring beschikte.
Tot mijn aangename verrassing dacht moeder er net hetzelfde over. Toen het tijd was om te vertrekken verscheen ze helemaal opgefrist en monter, in een luchtig rood kleedje dat haar uitstekend stond en vanzelfsprekend prima bij haar witte schoenen, witte oorknoppen en witte handtas paste.
Ik kon me niet meer herinneren hoe lang het geleden was dat ik aan de zijde van mijn moeder in het straatbeeld was verschenen en om de één of andere reden voelde ik me daar onwennig door -alsof ik in het gezelschap vertoefde van een vreemde wiens gezelschap me door een onbestaande autoriteit was opgedrongen.
We spraken nauwelijks tegen mekaar, namen verzonken in onze eigen gedachten de bus naar de zuidelijke buitenwijken en dienden aan de rand van de stad nog zo'n goeie kilometer door een desolaat landschap van braakliggende grond te lopen alvorens onze eindbestemming in zicht kwam.
De gevangenis was een gigantisch gebouw in troosteloze muren van grijs beton dat zich door middel van de hoge wachttorens op de hoeken de allure van een fort probeerde aan te meten. De ingang, een boogvormige houten poort, bevond zich aan het eind van een krakend pad van aangestampte aarde en grind, tussen twee wachthokjes in ver gevorderde staat van verval. Boven de poort prijkte ironisch genoeg een splinternieuw bord met het opschrift: 'PENITENTIAIRE INSTELLING', een verfijnde term die de botheid van het leven achter muren moest verdoezelen.
'Hoe heet Zepinho eigenlijk met zijn familienaam?' vroeg moeder, toen we ons op nog een paar passen van de poort bevonden.
Tot mijn schaamte moest ik haar het antwoord schuldig blijven.
'Geen idee,' stamelde ik, 'Zepinho is gewoon Zepinho voor mij…'
Moeder klakte een keertje met haar tong, leek even na te denken, zuchtte zachtjes en zei: 'Ach wat, zoveel Zepinho's zullen er nu ook wel niet opgesloten zitten.'
Ondertussen waren we de toegangspoort genaderd. Een camera net naast het bord met het opschrift gluurde ons koud aan. Links naast de poort zat een bel waarboven een in de muur gemonteerd koperen plaatje prijkte met de redelijke idiote inscriptie: 'HIER BELLEN'.
Moeder drukte op de bel, even later sprong de poort met een zoemend geluid, gevolgd door een zware metalen klik open; waarna ik met knikkende knieën in het kielzog van mijn moeder voor het eerst in mijn leven een zogenaamde penitentiaire instelling betrad.

 

feedback van andere lezers

  • DeKoeneRidder
    Ik ken dat gevoel. Dan word je klein.

    Gr. DKR
    koyaanisqatsi: Ik ken het met (gelukkig) alleen maar inbeelden... Dank KR
  • Vansion
    anders dan stiekem mag spqrsalve niet gelezen worden
    alleen de luisjes in mijn pels verraden me

    je verhaal loopt prima
    hoe de jongen zijn moeder ziet is pakkend

    koyaanisqatsi: inderdaad, openbaren dat u sprqsalve (de senaat en het volk van Rome groeten u!) leest kan uw reputatie als denkend mens ernstig schaden!
  • sproet
    zeer mooie sfeerbeelden; moeder / zoon en de onwennigheid.

    liefs, trees

    ps:in de vijfde laatste lijn: iets te gul met het woordje 'kan'.
    koyaanisqatsi: zullen even in gaan snoeien... xx
  • Magdalena
    Dat netjes aankleden vind ik schitterend!

    Zomaar zonder afspraak? Ben ooit een paar keer een familielid gaan bezoeken, maar, daarvoor moest je eerst een soort procedure doorlopen.

    XXX
    koyaanisqatsi: We bevinden ons in een denkbeeldige, nogal chaotisch geordende staat, vandaar iets minder administratieve rompslomp...
  • aquaangel
    heb mijn vader er ooit bezocht als kind... :S
    koyaanisqatsi: zal wel geen leuke ervaring geweest zijn xxx

    ps: ben er even tussenuit voor enkele dagen
  • Wee
    Práchtig! Je schrijven is bijna klassiek, zó mooi en fijntjes. Ik zeg het je nog maar een keer :)
    (Vijf na laatste regel: 'gluurde ons koud aan', ipv 'gluurde ons aan koud aan'.)
    x
    koyaanisqatsi: ;-)
Er zijn 5 bezoekers online, waarvan 0 leden: .