writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

De Penseeltrekken van Ensor Buscapé (40 - Een Vleugje (Extreem Subjectieve?) Rechtvaardigheid)

door koyaanisqatsi

Vermits ik geen zin had om Tostao of eventueel een bezopen vader onder ogen te komen, was ik niet in de stemming om al naar huis te gaan. Ik begon doelloos langs de straten te flaneren met de bedoeling pas tegen valavond de ouderlijke woning op te zoeken maar nadat ik enkele keren Zepinho in de weerkaatsing van een etalageraam aan mijn zij had zien verschijnen, besloot ik dat het toch maar beter was huiswaarts te keren.
Omdat ik al enige tijd door dorst werd geplaagd, begaf ik me meteen na mijn thuiskomst naar de keuken, waar me alweer een verrassing van formaat wachtte. Want wie zat daar, ineengedoken aan de ronde tafel, met een plastiekzak vol ijsblokken op een compleet dichtgeslagen, als een dikke tomaat gezwollen en helemaal paarsblauw gekleurd linkeroog gedrukt? Niet mijn op alcohol levende vader, van wie zo'n fratsen op ieder ogenblik van de dag konden verwacht worden, maar Tostao, de Judasversie van Adonis in hoogsteigen persoon.
Nadat er een kleine elektrische siddering door me heen was geschoten, borrelde alle slechtheid die ik in me had als een vers aangeboorde waterbron naar boven en vroeg ik, perfect ontsteltenis veinzend: 'Tostao, wat is jou in hemelsnaam overkomen?'
Tostao's intacte oog keek me aan met de verslagenheid van een beklaagde die net zijn doodsvonnis had aanhoord. Als een held definitief van zijn sokkel kon donderen, dan had hij dit bij deze beslist gedaan.
'Esmeralda's vader heeft ons in haar slaapkamer betrapt…' klonk het mompelend.
Een steek van jaloezie boorde zich door mijn romp, die meteen daarna een pijnstiller kreeg geïnjecteerd in de vorm van een suikerzoete bevrediging van wraakgevoelens.
'Wat… Wat deed je daar dan?' hield ik me van de onnozele -met een verzengende mix van afgunst en binnenpret.
'Wat dacht je?' zuchtte Tostao met zijn goeie oog op oneindig.
'Maar… Esmeralda… Tostao, is die niet wat jong?'
'Ja,' antwoordde Tostao, voorzichting knikkend, 'dat wel. Nu, in het begin heb ik me nog ingehouden, maar toen ik via Frelimo te weten kwam dat er al minstens twee oudere kerels in haar hadden gezeten, heb ik me ook laten gaan. En ik moet zeggen: die meid weet al behoorlijk van wanten. Niet dat ze zo fantastisch is in bed -Zepinho's moeder, bijvoorbeeld, was stukken beter- maar voor haar leeftijd weet ze al heel goed waar de klepel hangt. En dan mag je ook dat lekkere lijfje van haar niet vergeten…'
Ik stond aan de grond genageld, wilde roepen -wat zeg ik?-, wilde brullen: 'Jij ongehoorde schoft!' maar kon nog maar amper ademhalen.
Die arme Zepinho… Moest niet alleen een walgelijk lot ondergaan maar ook nog eens verdragen dat de broer van zijn vriend, in wezen zelf toch ook nog een snotneus, lid was van de gilde van smeerlappen die zijn leven tot een hel hadden gemaakt.
Razende machteloosheid, plaatsvervangende schuld- en schaamtegevoelens, en -het dient gezegd- misselijkmakende jaloezie begonnen mijn reeds zwaar op de proef gestelde geestesgesteldheid als bijtende chemicaliën aan te tasten.
Op dat ogenblik viel ik ten prooi aan een vertwijfeling die me de aarde leek in te zuigen en me deed oplossen alsof ik overspoeld werd door een lavastroom. Ik werd een pijn gewaar waarvan niet de minste fysieke slagkracht uitging maar die des te meer mijn figuurlijke hart aan flarden scheurde.
Tostao stond recht en kwam op me toe.
'Maak je maar geen zorgen, Ensor,' zei hij, terwijl hij zijn vrije hand op mijn schouder legde, 'het ziet er allemaal erger uit dan het is.'
"Denk je?" dacht ik -de klootzak ging er zowaar nog van uit ook dat mijn ontreddering op zijn gehavende smoelwerk sloeg.
'Mag ik eens kijken?' vroeg ik, emotieloos met een handgebaar vragend om de zak met ijsblokken voor zijn oog weg te halen.
Tostao gehoorzaamde. Als hij dacht dat het allemaal zo erg niet was, had hij nog niet fatsoenlijk in de spiegel gekeken. Want als je het mij vroeg, zag dat oog er zodanig toegetakeld uit dat een blijvend letsel allesbehalve uitgesloten was. En het enige dat die conclusie bij mij opriep, was een vaag gevoel van enige gerechtigheid.

 

feedback van andere lezers

  • sproet
    dit is gewoon gaaf!

    ik ben een tikkeltje jaloers op je schrijfkunst en dat meen ik!

    liefs, trees
    koyaanisqatsi: (bloos)
  • DeKoeneRidder
    Die Sproet....hahaha.....maar idd gaaf!!!

    Gr. DKR
    koyaanisqatsi: thnks KR
  • Mephistopheles
    Dit is gaaf, of zei iemand dat al eerder?
    grts.
    koyaanisqatsi: Lang geleden... :-)
  • Wee
    Nee, dit is méér dan gaaf :)
    xxx
    koyaanisqatsi: Héhé... ;-)
Er zijn 7 bezoekers online, waarvan 0 leden: .