writehi(s)story Passie voor schrijven
home   wat is writehi(s)story?   bladeren   uitgeven   gezamenlijke publicaties   boekenwinkel   manuscriptanalyse   inschrijven   contact   
top 10   wedstrijden   forum   hulp   
 
naam:  
pass:  


wachtwoord vergeten?
 
 

Volg ons op facebook

Ga naar chat

< terug

Betere leesbaarheid

Biografie van een virus (deel 33/2 : bekentenis )

door Vansion

Pas jaren later vernam ik de waarheid, of wat daarvoor moest doorgaan. Er werd verteld dat de man zijn handen niet van de meisjes kon afhouden. Hij werd geschorst en dat was dat. Hij kreeg formeel verbod om nog contact te houden met de kinderen van het tehuis en het college.

Zeker, wat de man met mij deed, mag niet volgens de meeste mensen. Nochtans kan ik mij niet herinneren dat ik me daarbij ooit slecht of gebruikt heb gevoeld. Bij hem zijn was het voor mij altijd feest. En, achteraf gezien, was ik, zelfs als klein meisje, een geboren verleidster. Al besefte ik dat niet.

Ik werd donker, taai, ambitieus en zo onafhankelijk als mijn geboortestraat. Op mijn achttien woonde ik alleen. In 1988 studeerde ik af als psychologe aan de RUG met een proefschrift getiteld 'Trauma's zijn niet wisbaar'. Onmiddellijk werd ik aangeworven als assistente van mijn promotor, een respectabele professor die -al had ik daar geen erg in; ik was van ijs- smoorverliefd op mij geworden was.

Toen hij, na twee jaar aandringen, mijn liefde niet kon winnen, zette hij me aan de deur met een ferme steek in de rug. Zijn afscheidsgeschenk was een profiel van mezelf waarin hij onomwonden mijn trauma beschreef. Hij had mijn hele geschiedenis zonder mijn medeweten uitgepluisd.

Ik geraakte in een crisis. De man had gewoon over de ganse lijn gelijk, op de clou van de zaak na. Want niet het zogenaamde misbruik heeft mij getekend, wel het verlies zonder afscheid en het uitblijven van een rouwperiode. Ik bleef steken in de ontkenningsfase en bleek niet in staat een ander dan mijn eerste liefde te beminnen.

Ik had in mijn thesis mijn eigen toekomst voorspeld.

Na maanden rondzwalpen zonder werk, zonder houvast en zonder perspectief besloot ik het onmogelijke te proberen en mijn verleden te keren. Ik zocht en vond een spoor van pater Egidius, de enige man van wie ik ooit gehouden had. In die tijd was hij zo'n beetje de geestelijke vader van het circusvolk in Leuven en omstreken. Aan de stinkende achterkant van de Dijle zag ik hem voor het eerst terug. Hij herkende mij niet.

Het toeval wou dat er in de buurt van het woonwagenpark een zolderkamer te huur stond. Ik was werkeloos en er was niets dat mij nog aan Gent bond. Ik ruilde prompt mijn comfortabele flat in voor de schamele kamer in het krot. Veel meer dan wat kleren en wat boeken bezat ik niet. Ik voelde mij daar onmiddellijk thuis.

Ik sleet mijn tijd aan de boorden van de rivier, dromend van mijn grote liefde, die af en toe een praatje met mij kwam maken. Eén oogopslag van hem maakte mij gek van begeerte en lust. Ik stond in brand als een schuur. Maar ik sprak niet over mijn gevoelens en vertelde hem niet wie ik was. Ik tergde mezelf. Ik maakte mezelf wijs dat ik hem niet verdiende. Ik was bang een tweede keer achtergelaten te worden.

Egidius was toen voor in de 50: een prachtige, rijzige man met zachte, soepele handen, de klaarste ogen ter wereld en een stem die zelfs de goden van de onderwereld kon bekoren. Hij was evenwel niet goed te been. Ik vernam dat hij al jaren leed aan MS.

Toen hij mij op een dag toevertrouwde dat hij van plan was een eind aan zijn leven te maken, de dag dat hij zich niet meer zelf behelpen kon, knakte er iets in mij. Ik bekende hem mijn liefde en herinnerde hem aan onze heerlijke tijd. Hij schreide. En ik schreide. En we zetten onze gezamenlijke geschiedenis voort. Ik werd herboren.

Er was maar één pijnpunt in onze heerlijke relatie. En dat punt heette MS. Mijn lief, mijn zo voluit bemind en beminnend lief ging er snel op achteruit en hij was impotent. Dat wij nooit de liefde zouden kunnen bedrijven konden wij geen van beiden aanvaarden. Dat ik nooit een kind van hem zou dragen was een straf die de anderen ons hadden aangedaan.

Dagen van intense tederheid en zorg werden doorkruist met dagen van innige pijn en onmacht. Ik kon hem niet zien aftakelen en lijden. Hij kon niet zien hoe ik daarvan afzag.

Op een nacht in augustus 1991 -het was toen volle maan- strompelde hij de trap naar mijn kamer op, zijn kruk in de ene, een boreling in de andere hand. Hij kreeg bijna geen woord gezegd. Ik begreep dat ik voor de baby, een meisje, moest zorgen tot haar moeder daar zelf oud genoeg voor zou zijn. Op geen van al mijn vragen kreeg ik antwoord.

Hij verdween in de nacht en ik zag hem nooit meer terug. Naar verluidt heeft hij zich opgehangen aan de trapleuning in de abdij. Niemand heeft ooit geweten dat hij een vrouw met een kind achterliet.

 

feedback van andere lezers

  • aquaangel
    prachtig, An,

    een leessite waar verhalen als deze niet worden gelezen??

    pfff xxx
    Vansion: is hier gewoon een kwestie van geven en krijgen. maakt weinig uit. ik doe gewoon voort. X
  • miepe
    ver-door-ie!

    er zit altijd een tikkel méér achter dan je verwacht
    en dan verzwijg je nog méér dan de helft
    Vansion: allé loei ja! miepe is verrezen.
Er zijn 3 bezoekers online, waarvan 0 leden: .